Return to site

1. Beleef, onderga en uit je verdriet

Wat gebeurt er dan?

Wat is normaal?

Je verdriet de vrije loop laten. Het beleven. Het ondergaan. Het uiten. Wat gebeurt er dan allemaal met je? Wat gebeurt er in je? Eigenlijk kan het alle kanten opgaan. En iedere seconde kan het weer anders zijn. Het ene moment voel je alles. Het andere moment voel je helemaal niets.

Wat is eigenlijk normaal?

Spijt: Wat had je anders kunnen doen? Hoe had je kunnen voorkomen dat dit zou gebeuren? Als ik dat gedaan had, dan ... Ik had dat moeten zeggen. Ik had dat moeten doen. Wat als ...?

Verontwaardiging: Waarom is dit gebeurd? Waar heb ik dit aan verdiend? Hoe durft hij of zij mij zomaar te verlaten? Waarom ik ...? Waarom wij ...?

Boosheid: Boos op de wereld. Boos op degene die je hebt verloren. Boos op degene die jij verantwoordelijk acht. Boos op jezelf. Boos op andere mensen, omdat zij gewoon gelukkig kunnen zijn. Boos op alles en iedereen en de wereld. Het is niet eerlijk!

Onverklaarbaar: Je merkt nu dingen op, die je vroeger niet gezien zou hebben of gemerkt zou hebben. Lichten knipperen, zonder dat iemand het lichtknopje aanraakt. Een vlinder, terwijl het al veel te koud is voor vlinders. Dromen, die werkelijkheid lijken. Je ziet beelden, die als het ware een boodschap lijken door te geven. Je ruikt een bloemengeur, terwijl er geen bloemen in de buurt zijn.

Emoties komen op uit het niets en overvallen je: Het ene moment voel je niets, het andere moment heb je het gevoel uit elkaar te klappen.

Blokkeren van de realiteit: Je kunt gewoonweg niet accepteren dat je je geliefde nooit meer zult zien en dus blokkeer je alles. Je bent de rust zelve. Je doet wat er moet gebeuren, zonder enig gevoel erbij. Iedereen vindt dat je het 'heel goed' doet. Wat ben je sterk. Jij komt er wel.

Zien van je geliefde: Je denkt dat je hem of haar ziet. Je loopt ergens en in een ooghoek zie je hem of haar iets doen. Je kijkt nog eens goed, en dan is hij of zij verdwenen.

Verwarring: Je kunt je eigen telefoonnummer niet eens meer herinneren. Je neemt de verkeerde afslag naar huis. Je vergeet wat je aan het doen was. Je hoofd voelt aan als een zeef.

Onrust: Je kunt niet stilzitten. Je moet iets te doen hebben. Je loopt van hot naar her. Als je ergens bent, moet je naar huis. En als je dan thuis bent, moet je weer weg.

Vergeten dat hij of zij er niet meer is: Je hebt ook continu het gevoel dat je geliefde elk moment binnen kan stappen. Je verwacht hem of haar aan tafel te zien zitten, in bed te zien liggen. Je bent aan het zoeken. Waar is hij of zij?

Angst: Je bent bang. Geluiden, die normaal waren, zijn nu eng. Er kan elk moment iets gebeuren en met je hele wezen ben je daar op voorbereid. Je schrikt van alles en wordt alleen maar banger.

Ongeloof: Je kunt niet geloven dat je geliefde er niet meer is. Er is een fout gemaakt. Het is niet mogelijk. Als we maar lang genoeg wachten, dan komt hij of zij gewoon binnen lopen.

Jaloezie: Overal waar je bent, word je herinnerd aan je geliefde. En, je bent jaloers. Jaloers omdat anderen hun kind of partner nog wel hebben. Jaloers omdat anderen geen verlies meemaken. Jaloers omdat anderen gewoon kunnen doorgaan met hun leven. Anderen hebben positieve ervaringen, jij niet. Zij doen leuke dingen, jij niet. Zij hebben, wat jij niet meer hebt.

Schuldgevoelens: Jij had dit kunnen voorkomen. Jij had dit of dat moeten doen en dan was het niet gebeurd. Jij had dit of dat niet moeten doen en dan had je kunnen ingrijpen.

Fysieke klachten: Je hebt allerlei pijnen. Je lijf voelt zwaar. Alles doet pijn. Je hebt het gevoel te stikken. Je hebt krampen. Je hele lijf reageert op je verlies.

Te druk om te rouwen: Je moet van alles regelen. Papieren invullen. Telefoontjes plegen. Zaken doorgeven. Werk. Huis. Bezig zijn, om maar niet te hoeven voelen.

Obsessie met herinneringen: Je blijft herbeleven. Iedere keer dat je je ogen sluit, zie je alle beelden weer voor je. Het gebeurt steeds opnieuw.

Voorbereid, en toch ook weer niet: Je dacht dat je was voorbereid op het verlies van je geliefde. Je wist immers dat het ging komen. Maar de realiteit is anders. Je bent helemaal niet voorbereid.

Al deze dingen zijn normaal. En ook nog een heleboel andere dingen en gevoelens. Voor iedereen is het anders. Vaak denk je dat je niet normaal bent, dat je gek aan het worden bent. Realiseer je dan: Je hebt het ondenkbare meegemaakt, het onvoorstelbare. Dit is blikseminslag.

All Posts
×

Almost done…

We just sent you an email. Please click the link in the email to confirm your subscription!

OKSubscriptions powered by Strikingly